Bouw je via je werk weinig of geen pensioen op, dan mag je het verschil zelf aanvullen met inleg die je van je inkomen aftrekt. Hoeveel dat is, hangt af van je inkomen en je pensioenopbouw van vórig jaar. Deze pagina rekent het uit en helpt je de gegevens te achterhalen.
De overheid vindt dat je tot een bepaald niveau fiscaal gefaciliteerd pensioen mag opbouwen. Blijft je opbouw via je werkgever daaronder, dan mag je zelf bijstorten in een lijfrenteproduct en die inleg aftrekken van je inkomen in box 1. Die ruimte heet jaarruimte; wat je niet gebruikt, blijft tien jaar bruikbaar als reserveringsruimte.
Wat je dit jaar mag inleggen: 30% van je premiegrondslag, min wat je vorig jaar al via je werkgever opbouwde. Het getal hierboven is het maximum, bij een inkomen vanaf het aftoppingsbedrag en zonder werkgeverspensioen.
Jaarruimte die je in 2016 tot en met 2025 niet gebruikte, mag je alsnog inhalen, tot dit maximum. Gebruik je het niet, dan valt het oudste jaar er elk jaar aan de achterkant uit.
Jaarruimte en reserveringsruimte kun je in hetzelfde jaar allebei benutten. Dit theoretische maximum haal je alleen met een hoog inkomen én tien jaar onbenutte ruimte achter je.
Jaarruimte 2026 = 30% × (inkomen 2025 − AOW-franchise) − je pensioenopbouw in 2025. Je inkomen telt mee tot maximaal —; over de eerste — bouw je geen ruimte op, want daarvoor krijg je later AOW. Wat je aftrekt voor je pensioenopbouw hangt af van je regeling: bij een regeling die nog niet is overgestapt naar de Wet toekomst pensioenen reken je met 6,27 × factor A, bij een premieregeling volgens die wet met de daadwerkelijk betaalde pensioenpremie (werkgevers- en werknemersdeel samen). Bouw je helemaal geen pensioen op via werk, dan is die aftrekpost nul.
De berekening gebruikt gegevens over 2025, niet over 2026. Dat is de meest gemaakte fout: je vult je huidige salaris in, terwijl de fiscus naar vorig jaar kijkt. Hieronder staat per cijfer waar het precies vandaan komt.
Neem het bedrag bij "Loon voor de loonheffing" (soms "fiscaal loon" of "loon loonheffing") op de jaaropgave die je werkgever in januari of februari 2026 stuurde. Heb je meerdere werkgevers of uitkeringen gehad, tel de bedragen dan op.
Let op: niet je maandsalaris × 12: vakantiegeld, dertiende maand en bonussen horen erbij, en jouw eigen pensioenpremie is er al vanaf. Geen jaaropgave meer? Kijk in je aangifte 2025 op Mijn Belastingdienst, of op de decemberloonstrook 2025 in de kolom met cumulatieven.
Ben je zzp'er of ondernemer, dan telt je belastbare winst uit onderneming over 2025 mee in plaats van (of naast) je loon. Die staat in je aangifte inkomstenbelasting 2025 of in de jaarrekening van je boekhouder.
Let op: voor de premiegrondslag gaat het om de winst vóór ondernemersaftrek en vóór de MKB-winstvrijstelling. Twijfel je hoe je jouw winst moet vaststellen, laat dat dan controleren; hier gaat het bij ondernemers het vaakst mis.
Staat op je Uniform Pensioenoverzicht (UPO) van je pensioenfonds of pensioenverzekeraar, letterlijk aangeduid als "factor A" of "pensioenaangroei". Je vindt het UPO ook terug in het portaal van je pensioenuitvoerder. Meerdere pensioenregelingen in 2025? Tel de factoren A op.
Let op: op mijnpensioenoverzicht.nl staat je factor A meestal níét: die site laat zien wat je te bereiken pensioen is. Gebruik dus het UPO zelf of vraag het bedrag op bij je uitvoerder.
Is je pensioenregeling al overgegaan op een premieregeling volgens de Wet toekomst pensioenen, dan reken je niet met factor A maar met de pensioenpremie die in 2025 is betaald: het werkgeversdeel én jouw eigen deel bij elkaar. Je uitvoerder vermeldt dit op het UPO of in het portaal.
Let op: op je loonstrook staat vaak alleen je eigen inhouding. Vul je alleen dat deel in, dan rekent de tool je ruimte te hoog. Weet je niet of je regeling al is overgestapt? Je pensioenuitvoerder of je werkgever kan dat bevestigen; het UPO 2025 vermeldt welke van de twee getallen voor jou geldt.
Voor reserveringsruimte moet je per jaar weten hoeveel jaarruimte je toen had en hoeveel je gebruikte. Reken elk jaar apart na met het Hulpmiddel lijfrentepremie van de Belastingdienst en tel de niet-gebruikte bedragen op.
Je hebt daarvoor per jaar je oude jaaropgave en je UPO nodig. Het is bewerkelijk, maar het is voor de meeste mensen het grootste deel van hun ruimte. Bewaar je berekening: bij vragen van de fiscus moet je haar kunnen onderbouwen.
Heb je dit jaar al gestort op een lijfrenterekening of -verzekering, dan gaat dat van je resterende ruimte af. Kijk in het jaaroverzicht of het portaal van je aanbieder, en denk aan automatische maandinleg.
Vul de gegevens uit sectie 02 in. De tool rekent eerst je jaarruimte 2026 uit en telt daar de reserveringsruimte bij op die je opgeeft. Wat je al hebt ingelegd gaat er weer af.
Dit is de ruimte waarbinnen je inleg aftrekbaar is, niet een advies om dat bedrag ook in te leggen. Leg je meer in dan je ruimte, dan is dat deel niet aftrekbaar en moet je het later apart bijhouden om te voorkomen dat je over die inleg twee keer belasting betaalt. De rekenhulp van de Belastingdienst is voor je aangifte leidend; gebruik deze pagina om snel te zien of het de moeite waard is om dat na te rekenen.
Aftrekbaar inleggen is geen gratis geld: je ruilt belasting nu in voor belasting later, en je zet het geld tot je pensioen vast.
De vragen die het vaakst terugkomen over jaarruimte en zelf pensioen opbouwen.
De cijfers en regels op deze pagina komen uit onderstaande bronnen. Bij twijfel is de bron leidend, niet deze pagina.
De regels en de officiële rekenhulp waar de tool hierboven op aansluit.
De wettekst achter de formule en de plek waar je je eigen pensioengegevens vindt.
Peildatum van de cijfers op deze pagina: · belastingjaar 2026. De maximale reserveringsruimte (€ 42.753) en de aftrektermijn tot vijf jaar na de AOW-leeftijd komen rechtstreeks uit de fiscale informatie 2026 van de Belastingdienst. De AOW-franchise (€ 19.172), het maximale pensioengevend inkomen (€ 137.800) en de maximale jaarruimte (€ 35.589) publiceert de Belastingdienst niet als los cijfer op haar site: die zijn overgenomen uit de fiscale cijferoverzichten 2026 van pensioenuitvoerders en nagerekend op onderlinge consistentie. Controleer je eigen uitkomst vóór je aangifte altijd met het Hulpmiddel lijfrentepremie.
Pensioenwijzer geeft algemene informatie en géén fiscaal, financieel of pensioenadvies. De cijfers gelden voor belastingjaar 2026 en kunnen wijzigen. Of aftrekbaar bijleggen voor jou verstandig is, hangt af van je hele situatie: raadpleeg daarvoor een financieel of fiscaal adviseur.
De rekentool volgt de wettelijke formule, maar blijft een hulpmiddel: aan de uitkomst kunnen geen rechten worden ontleend, en voor je aangifte is het Hulpmiddel lijfrentepremie van de Belastingdienst leidend. Lees meer op de over-pagina.