Belegwijzer
Cijfers 1995–2025 · geen financieel advies

Huis kopen of beleggen?
Mis je nu de boot?

Aandelen leverden sinds 1995 méér op dan Nederlandse huizen. Toch kwam wie kocht meestal verder dan wie huurde en het verschil belegde. Dat komt door de hefboom: je koopt een huis met geleend geld en je belegt met je eigen geld.

Sinds 1995 31 jaar

Wat leverde wat op?

MSCI World, netto in euro's
Nederlandse koopwoningen
Inflatie
Hypotheekrente nu
Diepste huizendaling in de reeks
Alle rendementen per jaar, meetkundig gemiddeld. Bijgewerkt:
Zo veel keer kwam de koper verder dan de huurder die het verschil belegde, gerekend over alle tienjaarsperiodes sinds 1995, bij een woning van gemiddelde prijs, 15% eigen geld en de hypotheekrente van dat startjaar. Hieronder kun je elke aanname veranderen.
CBS, DNB/ECB en MSCI
Startjaren · bijgewerkt
01

Investeringshefboom

De vergelijking “huis of beleggen” wordt bijna altijd gevoerd op rendement per jaar. Daar wint de beurs. Maar niemand koopt een huis met eigen geld alleen, en bijna niemand belegt met geleend geld. Dat verschil in hefboom is vaak groter dan het verschil in rendement. Hieronder een rekenvoorbeeld met fictieve bedragen.

Koper€ 67.500 eigen geld, € 382.500 hypotheek
€ 450.000 aan bezit
Belegger€ 67.500 eigen geld, geen lening
€ 67.500 aan bezit
Hoe dit werkt

Stijgt de prijs van het huis 3% in een jaar, dan is dat € 13.500. Voor hetzelfde effect op € 67.500 eigen geld is een waardestijging van 20% nodig. De belegger heeft dus een rendement van 20% nodig op de hele beurs om hetzelfde te bereiken. Daar staat dan wel tegenover dat de koper rente betaalt, onderhoud heeft, en dat de hefboom net zo hard de andere kant op werkt: daalt het huis 3%, dan is een vijfde van zijn eigen geld weg. Wie in 2008 kocht, zag zijn inleg in vier jaar verdampen zonder ooit iets fout te doen.

02

Wat huizen en aandelen werkelijk deden

Geen aannames en geen gemiddeldes uit een folder: dit zijn de gerealiseerde cijfers per kalenderjaar. De huizenreeks is de kwaliteitsgecorrigeerde prijsindex van het CBS, dus de waardeontwikkeling van dezelfde woning, niet de gemiddelde verkoopprijs, die ook meebeweegt met wat er toevallig verkocht wordt.

Wat gebeurde er met je inleg van € 10.000?

in koopkracht van 1995, zonder hypotheek
Aandelen (MSCI World) Koopwoning Spaargeld Inleg € 10.000
Bekijk als tabel
Dit is de vergelijking zónder hefboom

Alle drie de bedragen zijn contant ingelegd, zonder lening en vóór belasting. Zo bekeken is de koopwoning gewoon de middelste van de drie, en zijn aandelen ruim twee keer zo goed. Wat opvalt is de onderste lijn: spaargeld Dat is met de gemiddelde spaarrente van dat moment, dus niet renteloos; wie zijn geld op een betaalrekening liet staan, kwam nog een stuk lager uit. Het antwoord op “mis ik iets als ik niet koop” hangt er dus vooral vanaf waar je het alternatief laat staan.

Nederlandse huizenprijzen, 1970–2025

index, 2010 = 100
Nominaal Gecorrigeerd voor inflatie
De reeks in de rekentool begint later, en dat maakt uit

De vergelijking hieronder loopt vanaf 1995, omdat pas vanaf dat jaar alle vier de bouwstenen officieel beschikbaar zijn: prijsindex, hypotheekrente, huurontwikkeling en beursrendement. In die periode zat één huizencrisis: een daling van ongeveer 19% nominaal. De grafiek hierboven laat zien dat het daarvóór veel erger kon. Tussen 1978 en 1982 daalden Nederlandse huizen 30% nominaal, en gecorrigeerd voor inflatie was de klap bijna de helft; het duurde tot begin jaren negentig voordat de nominale piek van 1978 weer werd gehaald, en tot eind jaren negentig voordat dat ook in koopkracht gold. Zo'n periode zit niet in de cijfers hieronder. Lees de uitkomsten dus als “dit gebeurde in deze dertig jaar”, niet als “dit gebeurt altijd”.

03

De vergelijking

Beide kanten geven elke maand exact evenveel uit. De koper betaalt rente, aflossing, onderhoud, OZB en verzekering, en krijgt hypotheekrenteaftrek terug. De huurder betaalt huur en belegt wat hij overhoudt in een wereldwijde indexfonds, en betaalt daarover box 3. Aan het eind vergelijken we het nettovermogen: bij de koper de woningwaarde min de restschuld en verkoopkosten, bij de huurder zijn portefeuille.

Jouw situatie
Belegging of inleg eigen huis. Hiervan gaan eerst de kosten koper af; de rest verlaagt de hypotheek.
Gemiddelde bestaande koopwoning in 2025: € 479.527 (CBS)
Vergelijkingsperiode
Voor elk mogelijk startjaar sinds 1995 wordt bekeken wat kopen en beleggen opleverden na precies dit aantal jaren. Een langere periode betekent minder startjaren om uit te kiezen, maar geeft de hefboom en het rendement meer tijd.
Meer instellingen
Percentage van de woningwaarde. Eigen Huis rekent doorgaans met 1%.
Maximaal 37,5% in 2026. Verdien je minder dan de tweede schijf, zet dit dan lager.
Startersvrijstelling: geen overdrachtsbelasting, 18 t/m 34 jaar, woning tot € 555.000. Fiscaal partner verdubbelt het heffingsvrij vermogen in box 3.

Verschil per startjaar

nettovermogen, als veelvoud van je eigen geld
Als koper kwam je verder Als belegger kwam je verder Klik een staaf voor de details van dat startjaar.
Bekijk als tabel
04

Wat deze cijfers niet zeggen

Een backtest is geen voorspelling. Deze vijf punten bepalen of de uitkomst hierboven op jouw situatie slaat, en ze zijn belangrijker dan de exacte percentages.

01

De huurprijs beslist

De huurprijs is een belangrijke factor in de rekentool. Het uitgangspunt is dat de belegger belegt wat hij niet aan huur betaalt. De belegger en de huiseigenaar krijgen hetzelfde maandbudget toegewezen. Vul dus je werkelijke huur in, niet het landelijk gemiddelde.

02

Dertig gunstige jaren

1995 tot 2025 was een uitzonderlijk goede periode voor Nederlandse huizen: de rente daalde van 7% naar bijna 0 en de prijzen vervijfvoudigden. Een rekenperiode die 1978 tot 1985 zou bevatten geeft een heel ander beeld. Zoals altijd geldt: in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

03

De hefboom werkt twee kanten op

De mediaan zegt weinig als je pech hebt. De koper die op een piek instapt en binnen tien jaar moet verhuizen, kan met een restschuld eindigen die groter is dan alles wat hij ooit inlegde. Beleggers verliezen op papier; huiseigenaren verliezen geleend geld dat ze wél moeten terugbetalen.

04

Een huis is geen rekening

Je kunt geen halve woonkamer verkopen als je geld nodig hebt, en verhuizen kost al snel 4 tot 6% aan overdrachtsbelasting, makelaar en notaris. Een portefeuille verkoop je op een dinsdagmiddag. Wie binnen vijf jaar mogelijk verhuist of emigreert, koopt om die reden vaak beter niet.

05

De fiscale regels van vandaag

Het model rekent de hele periode met de regels van 2026: 37,5% aftrektarief, eigenwoningforfait 0,35%, box 3 met een beleggingsforfait van 6%. In werkelijkheid was de aftrek vroeger veel gunstiger en box 3 juist milder. Wat er per 2028 met box 3 gebeurt, staat in Box3wijzer.

De veelgemaakte denkfout: “mijn hypotheek verlaagt mijn box 3”

Dat klopt niet bij het huis waarin je zelf woont. Die hypotheek zit in box 1: je mag de rente aftrekken, maar de schuld verlaagt je box 3-grondslag niet, want de woning zit er ook niet in. Alleen bij een tweede woning of een beleggingspand valt zowel het pand als de schuld in box 3, dan verlaagt de lening je grondslag wél, tegen een schuldforfait van 2,70% en na aftrek van de drempel van € 3.800 per persoon. Daar staat tegenover dat je in dat geval géén hypotheekrenteaftrek hebt en 8% overdrachtsbelasting betaalt in plaats van 2%. In de tweede vergelijking hierboven kun je beide situaties naast elkaar zetten.

05

Bronnen & methode

De gebruikte data komt uit openbare statistiek. Hieronder wat er precies gebruikt is en waar de vereenvoudigingen zitten.

  • Huizenprijzen 1995–2025CBS, Prijsindex Bestaande Koopwoningen (2020 = 100) en de gemiddelde verkoopprijs. Kwaliteitsgecorrigeerd, dus de waardeontwikkeling van dezelfde woning. CBS tabel 85773NED
  • Huizenprijzen 1970–2025BIS, residential property prices Nederland, nominaal en reëel, index 2010 = 100 (kwartaal, hier de vierde kwartalen). Alleen gebruikt voor de contextgrafiek, niet in de rekentool.
  • AandelenMSCI World, netto totaalrendement in euro's per kalenderjaar. Voor 2012–2025 de gepubliceerde EUR-cijfers van MSCI; voor 1995–2011 herleid uit het net-rendement in dollars en de wisselkoersmutatie (ECB-referentiekoers ultimo jaar, ECU t/m 1998). Die herleiding is getoetst over 2012–2025 tegen de gepubliceerde EUR-cijfers: gemiddelde afwijking 0,27 procentpunt.
  • Hypotheekrente1995–2002 CBS (gemiddelde hypotheekrente, tabel 37276mfo); 2003–2026 de MIR-statistiek van ECB en DNB voor nieuwe woninghypotheken, jaargemiddelde. De reeksen sluiten aan: 2003 is 4,48% bij het CBS en 4,50% bij de ECB.
  • Spaarrente2006–2025 de ECB/DNB MIR-statistiek voor deposito's van huishoudens met opzegtermijn, de gewone spaarrekening. Voor 1995–2005 bestaat die reeks nog niet; daar staat de driemaands geldmarktrente (OECD via FRED, reeks IR3TIB01NLM156N). Er is géén opslag verrekend: de twee reeksen sluiten vanzelf aan, met 2,18% in 2005 tegen 2,50% in 2006. In de jaren met een negatieve beleidsrente lag de echte spaarrente juist bóven de geldmarktrente, dus voor de vroege jaren is dit eerder een gunstige dan een ongunstige benadering.
  • HurenCBS, gemiddelde huurverhoging woningen (tabel 70675ned). Dit is de stijging voor zittende huurders, dus zonder de sprong die optreedt bij een nieuw huurcontract.
  • Fiscale regelsBelastingjaar 2026: aftrektarief 37,5%, eigenwoningforfait 0,35% tot een WOZ van € 1.350.000, Hillen-aftrek 71,867%, overdrachtsbelasting 2% eigen woning en 8% overige woningen, startersvrijstelling tot € 555.000. Box 3 met tarief 36%, heffingsvrij vermogen € 59.357 per persoon en een beleggingsforfait van 6,00%, dezelfde cijfers als in Box3wijzer.
  • Wat het model doetAnnuïtaire hypotheek van 30 jaar, tien jaar rentevast en daarna opnieuw tegen de rente van dat kalenderjaar. Maandelijkse aflossing, jaarlijks beursrendement. Beide kanten geven per maand hetzelfde uit; wat de huurder overhoudt gaat naar de portefeuille, en is de huur hoger dan de woonlast van de koper, dan wordt er onttrokken. Box 3 wordt op 1 januari geheven over de portefeuille.
  • Wat het model niet doetGeen inkomensgroei, geen verhuizingen tussendoor, geen fondskosten of transactiekosten bij de belegger, geen huurtoeslag of hypotheekgarantie, geen erfpacht of VvE-reservering boven het ingestelde onderhoud, en geen belasting bij verkoop van de woning. Het rekent met landelijke gemiddelden; de huizenmarkt in Amsterdam en die in Delfzijl zijn niet dezelfde markt.
Bijgewerkt

Data tot en met kalenderjaar 2025, opgehaald op . De hypotheekrente voor 2026 is een deeljaar en telt niet mee in de backtest. Zie je een cijfer dat niet klopt, laat het weten via de over-pagina.

§

Je kan op ons rekenen

Belegwijzer geeft onafhankelijke informatie en géén persoonlijk financieel, beleggings- of belastingadvies. Deze pagina is een rekenmodel op basis van historische cijfers en vaste aannames, geen voorspelling en geen advies om wel of niet een woning te kopen. Behaalde rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Of kopen in jouw situatie verstandig is, hangt af van zaken die geen enkel model kent: je baanzekerheid, je gezinsplannen, of je over vijf jaar nog in dezelfde stad wilt wonen. Leg belangrijke beslissingen voor aan een onafhankelijk financieel adviseur. Lees hoe we werken op de over-pagina.