Belegwijzer
Belastingjaar 2026 · geen belastingadvies

Box 3 in 2026 is een bouwplaats. Dit is de stand van zaken.

Vier jaar juridische strijd, drie stelsels, en een nieuw systeem in aantocht. Hier vind je wat er in 2026 geldt, hoe je vermogen nu én straks wordt belast, en rekentools om te zien wat dat voor jou betekent.

Kerncijfers Belastingjaar 2026

Waar de fiscus mee rekent

Tarief over het rendement36%
Heffingsvrij vermogen p.p.
Forfait spaargeld voorlopig
Forfait beleggingen
Forfait schulden voorlopig
Peildatum vermogen1 januari
Bijgewerkt:
€ 0 / jaar
Zoveel box 3-heffing betaal je in 2026 over € 150.000 aan beleggingen, zonder fiscaal partner en zonder schulden. Reken je eigen situatie hieronder na, inclusief de tegenbewijsroute.
Volgens de rekenmethode van de Belastingdienst
Belastingjaar 2026 · bijgewerkt
01

De cijfers van nu

In 2026 rekent de Belastingdienst nog met fictieve (forfaitaire) rendementen per vermogenssoort. Is je werkelijke rendement lager, dan betaal je dankzij de tegenbewijsregeling over dat werkelijke rendement.

Bijna-akkoord over de details

De forfaits voor spaargeld en schulden worden pas begin 2027 definitief vastgesteld op basis van de werkelijke gemiddelde rentes van 2026. Het beleggingsforfait van 6,00% staat al vast. De eerder aangekondigde verhoging naar 7,78% is eind november 2025 teruggedraaid.

02

Van Kerstarrest tot werkelijk rendement

Box 3 is sinds 2021 een juridische bouwplaats. Deze tijdlijn laat zien waarom de regels blijven schuiven, en wat er nog aankomt.

dec 2021

Het Kerstarrest

De Hoge Raad oordeelt dat het oude box 3-stelsel (met een fictieve vermogensmix) in strijd is met het Europees recht. Het kabinet moet spaarders compenseren en het stelsel op de schop nemen.

2023

Overbruggingswet

Tijdelijk stelsel: drie vermogenscategorieën (spaargeld, overige bezittingen, schulden) met elk een eigen forfaitair rendement, gebaseerd op de werkelijke verdeling van jouw vermogen.

jun 2024

Hoge Raad: werkelijk rendement telt

Nieuwe arresten: ook de Overbruggingswet schiet tekort. Is je werkelijke rendement lager dan het forfait, dan moet de fiscus daarvan uitgaan. De basis voor de tegenbewijsregeling.

2025

Tegenbewijsregeling wordt wet

De Wet tegenbewijsregeling box 3 verankert het recht om over je werkelijke rendement belast te worden. Vanaf de aangifte over 2025 zit dit standaard in de aangifte, dus een apart formulier is niet meer nodig.

2026 · nu

Overgangsjaar met bijgestelde cijfers

Heffingsvrij vermogen omhoog naar € 59.357, beleggingsforfait naar 6,00% (de geplande 7,78% ging niet door). Je betaalt over het laagste van: het forfaitaire óf je werkelijke rendement. Let op: vanaf 2026 telt bij de tegenbewijsregeling ook het voordeel van eigen gebruik van een tweede woning mee.

2027

Afbouw groen-voordeel

De vrijstelling voor groene beleggingen (2026: € 26.715 p.p.) zakt naar € 200 en verdwijnt in 2028 helemaal.

2028?

Wet werkelijk rendement (in de wacht)

Het wetsvoorstel is op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer en ligt sindsdien bij de Eerste Kamer: een vermogensaanwasbelasting waarbij je jaarlijks 36% betaalt over je échte rendement, inclusief ongerealiseerde koerswinsten. Voor vastgoed en aandelen in startups komt een vermogenswinstbelasting bij verkoop. Er komt een heffingsvrij inkomen van € 1.800 per persoon (in plaats van heffingsvrij vermogen).

Begin september 2026 lekten de Prinsjesdagstukken uit. Daaruit blijkt dat VVD, D66 en CDA het niet eens zijn geworden en het voorstel voorlopig in de Eerste Kamer laten liggen. Het meningsverschil gaat over het principe: belasten over de aanwas van je vermogen (elk jaar afrekenen, ook over koerswinst die nog vastzit) of over de winst bij verkoop. De coalitie neigt naar het tweede, en dat is geen aanpassing maar een ander stelsel. Invoering per 2028 wordt daarmee onwaarschijnlijk; een nieuwe datum is er niet.

Wat dat voor jou betekent: zolang er geen nieuw stelsel is, blijft de huidige forfaitaire heffing mét tegenbewijsregeling gelden, dus ook na 2027. Voor de fiscus is dat duur: er is sprake van € 2,4 tot 2,5 miljard aan misgelopen inkomsten per jaar. Uitstel is bij box 3 eerder regel dan uitzondering gebleken.

03

Bereken je box 3-heffing 2026

Vul je vermogen op 1 januari 2026 in. De tool rekent de forfaitaire route uit én, als je je werkelijke rendement invult, ook de tegenbewijsroute. Je betaalt automatisch de laagste.

Jouw vermogen (peildatum 1 jan)
Aandelen, ETF's, crypto, tweede woning (WOZ), vorderingen.
De drempel van € 3.800 p.p. gaat er automatisch af.
Rente + dividend + (ongerealiseerde) waardestijging, min financieringsrente. Reken hierbij inclusief het rendement over je 'heffingsvrije' deel.
Jouw heffing 2026
€ 0
forfaitaire route
Hoe de forfaitaire route werkt

Per categorie wordt een fictief rendement berekend (spaargeld 1,28%, beleggingen 6,00%, schulden −2,70%). Het heffingsvrij vermogen wordt vervolgens verrekend via jouw "aandeel" in de grondslag. Bij de tegenbewijsroute geldt géén heffingsvrij vermogen: je betaalt simpelweg 36% over je volledige werkelijke rendement, inclusief ongerealiseerde waardestijgingen, en kosten zijn (op financieringsrente na) niet aftrekbaar.

04

Vermogen in een BV: wanneer wordt het interessant?

In een BV betaal je belasting over je wérkelijke rendement: eerst vennootschapsbelasting, en bij uitkeren naar privé ook box 2. Deze tool vergelijkt de routes voor hetzelfde vermogen en laat het omslagpunt zien.

Jouw situatie
Spaargeld nu ±2–3%; defensieve portefeuilles vaak 2–4%; aandelen historisch hoger.
Accountant/administratie, KvK, bankrekening. Oprichting (eenmalig, notaris) reken je apart.
In de BV laten = de box 2-claim (24,5–31%) blijft latent bestaan.
Jaarlijkse belastingdruk per route
Eerlijk is eerlijk

Voor puur spaargeld is een spaar-BV sinds de tegenbewijsregeling meestal níét meer voordelig. Het spaarforfait volgt de marktrente al, en via de tegenbewijsroute betaal je in box 3 hooguit 36% over je werkelijke rente, tegenover ±38,8% gecombineerde druk in de BV plús jaarlijkse kosten. Een BV wordt pas interessant bij beleggingen met een structureel laag verwacht rendement, bij zeer grote vermogens, of om niet-fiscale redenen (estate planning, vastgoed, verliesverrekening). Laat je vóór oprichting altijd doorrekenen door een fiscalist.

05

Legale knoppen om aan te draaien

Zes dingen die binnen de regels blijven en echt verschil kunnen maken.

Gebruik de tegenbewijsregeling

Was je werkelijke rendement lager dan het forfait? Dan betaal je over het werkelijke rendement. Sinds de aangifte over 2025 zit dit standaard in je aangifte. Bewaar wel je onderbouwing: jaaroverzichten, rentespecificaties, WOZ-beschikkingen.

Let op de peildatum (1 januari)

Grote uitgaven die je toch al ging doen vóór 1 januari doen, of box 3-schulden juist vóór de jaarwisseling aflossen (kleine schulden tellen door de drempel van € 3.800 toch niet mee als aftrek), kan direct schelen. Pas op met kunstmatige "peildatumarbitrage": daar heeft de fiscus antimisbruikregels voor.

Verdeel slim met je fiscaal partner

De grondslag mag je vrij verdelen. Samen heb je € 118.714 heffingsvrij vermogen, en de verdeling kan ook heffingskortingen beïnvloeden.

Groen beleggen, maar het raam sluit

In 2026 is nog € 26.715 p.p. vrijgesteld (met een fiscaal partner € 53.430 samen), plus 0,1% extra heffingskorting. In 2027 zakt dit naar € 200 p.p. (€ 400 met partner) en in 2028 verdwijnt het. Als vast onderdeel van je strategie heeft dit dus nog maar beperkt de tijd.

De BV-route

Zie de vergelijker hierboven. Dit is vooral relevant bij laag renderende beleggingen en grote vermogens, en pas ná advies van een fiscalist.

Kijk vooruit naar 2028

Onder de Wet werkelijk rendement wordt jaarlijks je échte vermogensaanwas belast, inclusief ongerealiseerde koerswinst. Strategieën die nu werken (zoals laag-renderend vermogen in box 3 houden via tegenbewijs) kunnen er dan heel anders uitzien. Grote structuurbeslissingen alleen op basis van de 2026-regels nemen is kortzichtig.

06

Veelgestelde vragen

De vragen die het vaakst terugkomen over box 3, kort beantwoord.

Hoeveel belasting betaal je in 2026 over je vermogen in box 3?

Je betaalt 36% over een fictief rendement, niet over je vermogen zelf. De fiscus rekent met 1,28% over spaargeld, 6,00% over beleggingen en trekt 2,70% af over je schulden. Ligt je werkelijke rendement lager, dan betaal je via de tegenbewijsregeling over dat lagere bedrag.

Wat is het heffingsvrij vermogen in 2026?

€ 59.357 per persoon, of € 118.714 als je een fiscaal partner hebt. Blijft je vermogen daaronder, dan betaal je geen box 3-heffing.

Wat houdt de tegenbewijsregeling in?

Het recht om belast te worden over je werkelijke rendement in plaats van het forfaitaire. Sinds de aangifte over 2025 zit dat standaard in de aangifte, dus een apart formulier is niet meer nodig. Je betaalt over het laagste van de twee. Let op: vanaf 2026 telt het voordeel van eigen gebruik van een tweede woning daarbij mee.

Mag je een verlies uit een ander jaar verrekenen in box 3?

Nee, in het huidige stelsel niet. Elk jaar staat op zichzelf: de tegenbewijsregeling kijkt alleen naar je werkelijke rendement in dat ene jaar en kent geen verliesverrekening over de jaargrens heen. Een slecht beursjaar levert je dus niets op voor het jaar erna. Vanaf 2028 verandert dat, maar één kant op. Onder de Wet werkelijk rendement box 3 mag je een verlies vooruit meenemen: je trekt het af van je resultaat in de jaren die daarna komen, zonder termijn waarbinnen dat moet gebeuren. Alleen het deel boven € 500 telt mee. Andersom kan niet: over jaren die al achter je liggen krijg je geen belasting terug.

Tellen schulden mee in box 3?

Ja, maar pas boven een drempel van € 3.800 per persoon. Wat daarboven uitkomt mag je aftrekken tegen een forfait van 2,70%.

Wanneer stapt box 3 over op werkelijk rendement?

Voorlopig niet. De Tweede Kamer nam de Wet werkelijk rendement box 3 aan op 12 februari 2026, maar in de Eerste Kamer ligt het voorstel stil: uit de uitgelekte Prinsjesdagstukken van september 2026 blijkt dat de coalitie het niet eens is geworden en het in de wacht zet. Het geschil gaat over belasten bij aanwas of pas bij verkoop. Invoering per 2028 is daarmee onwaarschijnlijk en een nieuwe datum is er niet. Tot er wel een nieuw stelsel is, blijft de huidige forfaitaire heffing met de tegenbewijsregeling gelden.

Wat gebeurt er met de vrijstelling voor groene beleggingen?

Die bedraagt in 2026 nog € 26.715 per persoon, zakt in 2027 naar € 200 en verdwijnt in 2028 helemaal.

07

Bronnen

Alle cijfers, percentages en regels op deze pagina komen uit onderstaande officiële bronnen. Bij twijfel is de bron leidend, niet deze pagina.

Belastingdienst

De percentages en rekenmethode die deze rekentools volgen.

Berekening box 3-inkomen 2026Forfaits, rekenmethode en de voorbeelden waartegen rekentool 03 is gevalideerd
Heffingsvrij vermogen€ 59.357 per persoon, € 118.714 met fiscaal partner
Drempel voor schulden in box 3De drempel van € 3.800 per persoon
Wat zijn uw bezittingen en schulden?Welk vermogen in welke categorie valt
Wetgeving en parlement

De status van de tegenbewijsregeling en van het stelsel dat per 2028 zou ingaan.

Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (36.748)Aangenomen door de Tweede Kamer op 12 februari 2026; ligt stil in de Eerste Kamer
Wet inkomstenbelasting 2001, hoofdstuk 5De wettekst zoals die nu geldt
Hoge Raad, arresten juni 2024De grondslag onder de tegenbewijsregeling
Kerstarrest, 24 december 2021Het startpunt van de tijdlijn hierboven

Peildatum van de cijfers op deze pagina: · belastingjaar 2026. De forfaits voor banktegoeden en schulden zijn nog voorlopig: de Belastingdienst stelt ze begin 2027 definitief vast op basis van de werkelijke gemiddelde rentes van 2026. Het forfait voor beleggingen en overige bezittingen (6,00%) staat wel vast. Rekentool 03 is gecontroleerd tegen de rekenvoorbeelden van de Belastingdienst en komt daarmee overeen tot een afrondingsverschil van circa € 1, doordat de Belastingdienst tussentijds afrondt op twee decimalen.

§

Je kan op ons rekenen

Box3wijzer geeft algemene informatie en géén fiscaal of financieel advies. Cijfers gelden voor belastingjaar 2026; de forfaits voor spaargeld en schulden zijn voorlopig. Raadpleeg voor persoonlijke beslissingen een belastingadviseur.

De rekentools volgen de officiële rekenmethode en zijn gevalideerd tegen gepubliceerde voorbeelden, maar blijven hulpmiddelen: aan de uitkomsten kunnen geen rechten worden ontleend. Lees meer op de over-pagina.