Vier jaar juridische strijd, drie stelsels, en een nieuw systeem in aantocht. Hier vind je wat er in 2026 geldt, hoe je vermogen nu én straks wordt belast, en rekentools om te zien wat dat voor jou betekent.
In 2026 rekent de Belastingdienst nog met fictieve (forfaitaire) rendementen per vermogenssoort. Is je werkelijke rendement lager, dan betaal je dankzij de tegenbewijsregeling over dat werkelijke rendement.
De forfaits voor spaargeld en schulden worden pas begin 2027 definitief vastgesteld op basis van de werkelijke gemiddelde rentes van 2026. Het beleggingsforfait van 6,00% staat al vast. De eerder aangekondigde verhoging naar 7,78% is eind november 2025 teruggedraaid.
Box 3 is sinds 2021 een juridische bouwplaats. Deze tijdlijn laat zien waarom de regels blijven schuiven, en wat er nog aankomt.
De Hoge Raad oordeelt dat het oude box 3-stelsel (met een fictieve vermogensmix) in strijd is met het Europees recht. Het kabinet moet spaarders compenseren en het stelsel op de schop nemen.
Tijdelijk stelsel: drie vermogenscategorieën (spaargeld, overige bezittingen, schulden) met elk een eigen forfaitair rendement, gebaseerd op de werkelijke verdeling van jouw vermogen.
Nieuwe arresten: ook de Overbruggingswet schiet tekort. Is je werkelijke rendement lager dan het forfait, dan moet de fiscus daarvan uitgaan. De basis voor de tegenbewijsregeling.
De Wet tegenbewijsregeling box 3 verankert het recht om over je werkelijke rendement belast te worden. Vanaf de aangifte over 2025 zit dit standaard in de aangifte, dus een apart formulier is niet meer nodig.
Heffingsvrij vermogen omhoog naar € 59.357, beleggingsforfait naar 6,00% (de geplande 7,78% ging niet door). Je betaalt over het laagste van: het forfaitaire óf je werkelijke rendement. Let op: vanaf 2026 telt bij de tegenbewijsregeling ook het voordeel van eigen gebruik van een tweede woning mee.
De vrijstelling voor groene beleggingen (2026: € 26.715 p.p.) zakt naar € 200 en verdwijnt in 2028 helemaal.
Het wetsvoorstel is op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer en ligt nu bij de Eerste Kamer: een vermogensaanwasbelasting waarbij je jaarlijks 36% betaalt over je échte rendement, inclusief ongerealiseerde koerswinsten. Voor vastgoed en aandelen in startups komt een vermogenswinstbelasting bij verkoop. Er komt een heffingsvrij inkomen van € 1.800 per persoon (in plaats van heffingsvrij vermogen). Invoering per 2028 is het streven, maar de behandeling in de Eerste Kamer is uitgesteld: het kabinet kondigde een novelle aan die op Prinsjesdag 2026 wordt aangeboden, waarna de Eerste Kamer pas daarna over het wetsvoorstel stemt. Uitstel is bij box 3 eerder regel dan uitzondering gebleken.
Vul je vermogen op 1 januari 2026 in. De tool rekent de forfaitaire route uit én, als je je werkelijke rendement invult, ook de tegenbewijsroute. Je betaalt automatisch de laagste.
Per categorie wordt een fictief rendement berekend (spaargeld 1,28%, beleggingen 6,00%, schulden −2,70%). Het heffingsvrij vermogen wordt vervolgens verrekend via jouw "aandeel" in de grondslag. Bij de tegenbewijsroute geldt géén heffingsvrij vermogen: je betaalt simpelweg 36% over je volledige werkelijke rendement, inclusief ongerealiseerde waardestijgingen, en kosten zijn (op financieringsrente na) niet aftrekbaar.
In een BV betaal je belasting over je wérkelijke rendement: eerst vennootschapsbelasting, en bij uitkeren naar privé ook box 2. Deze tool vergelijkt de routes voor hetzelfde vermogen en laat het omslagpunt zien.
Voor puur spaargeld is een spaar-BV sinds de tegenbewijsregeling meestal níét meer voordelig. Het spaarforfait volgt de marktrente al, en via de tegenbewijsroute betaal je in box 3 hooguit 36% over je werkelijke rente, tegenover ±38,8% gecombineerde druk in de BV plús jaarlijkse kosten. Een BV wordt pas interessant bij beleggingen met een structureel laag verwacht rendement, bij zeer grote vermogens, of om niet-fiscale redenen (estate planning, vastgoed, verliesverrekening). Laat je vóór oprichting altijd doorrekenen door een fiscalist.
Zes dingen die binnen de regels blijven en echt verschil kunnen maken.
Alle cijfers, percentages en regels op deze pagina komen uit onderstaande officiële bronnen. Bij twijfel is de bron leidend, niet deze pagina.
De percentages en rekenmethode die deze rekentools volgen.
De status van de tegenbewijsregeling en het stelsel per 2028.
Peildatum van de cijfers op deze pagina: · belastingjaar 2026. De forfaits voor banktegoeden en schulden zijn nog voorlopig: de Belastingdienst stelt ze begin 2027 definitief vast op basis van de werkelijke gemiddelde rentes van 2026. Het forfait voor beleggingen en overige bezittingen (6,00%) staat wel vast. Rekentool 03 is gecontroleerd tegen de rekenvoorbeelden van de Belastingdienst en komt daarmee overeen tot een afrondingsverschil van circa € 1, doordat de Belastingdienst tussentijds afrondt op twee decimalen.
Box3wijzer geeft algemene informatie en géén fiscaal of financieel advies. Cijfers gelden voor belastingjaar 2026; de forfaits voor spaargeld en schulden zijn voorlopig. Raadpleeg voor persoonlijke beslissingen een belastingadviseur.
De rekentools volgen de officiële rekenmethode en zijn gevalideerd tegen gepubliceerde voorbeelden, maar blijven hulpmiddelen: aan de uitkomsten kunnen geen rechten worden ontleend. Lees meer op de over-pagina.